“Tunnel Vision” a contemporary hermitage

In contemporary times we no longer have the luxury to interpret a hermitage as a romantic outpost borrowing views of the wild.   Simply because the existence of the wild is already debatable in The Netherlands. Instead we embrace our undeniable urban conditions as ground zero and attempt to find escapes within.   Finesse Architecture in collaboration with artists Marianne Lammersen prefer to offer this perspective view in their Hermitage Installation “Tunnel Vision”.

The Duo offers the idea that within the urban landscape and its inherent visual language we can still find inspirations and clues to trigger our day dreaming and escapes.   We can simply re-interpret   the urban landscapes around us to reach our inner self instead of running away from it.

‘Tunnel Vision takes the way we read a city skyline, with it’s form and volumes relating to the horizon, and flips it – literally – on its side.   The skyline existing of scale models, abstracted from iconic buildings, are executed in glass.  The result of these glass objects on the surface seem to resemble a hybrid of something man made and something that grows organic. But what the artists want to reveal is not only the outside form, the true ‘escape’ will be experienced when entering the space.

The audience reads the work as a monolithic block set in an open field. A small opening on one side with a place to leave your shoes behind gives a clue to the entry.   As the audience proceeds to take off their shoes (a ritualistic action symbolizing shedding the world behind and preparing to enter a sacred space), they face a small narrow path formed by creamy while stretchy textile and and floor covered with white sheep wool.   The opening of the passage is no more than 40cm wide and give a cavernous feeling.   The audience is confronted with the idea of squeezing through this uncertain dark threshold to get into the inner space. The textile tunnel spirals into the center of the pavilion following the movements of compression to expansion. Inside the central space the audience is invited to experience the dreamscapes that the glass-buildings have to offer on the inside. The views through the glass-pieces reveal alternative ‘tunnel visions’. Blown in a mold, the glass-shapes are   somehow controlled, but the insides of the shapes still show the organic nature of the material.

The artists offers the viewer a different perspective from its conventional appreciation or disdain of a city-scape.   They give us a tactile and visual sanctuary to dream away.

 

-Dutch Translation:

Het ontwerp is gebaseerd op het idee dat we in huidige tijden vaak niet langer de luxe om een hermitage te interpreteren als een romantisch toevluchtsoord in de ongerepte natuur. Er is simpelweg geen werkelijke natuurlijke habitat meer is in ons land, zonder dat de mens daar op de een of andere manier controle op heeft uitgeoefend. Daarom heb ik juist de stedelijke omgeving  omarmt, om vervolgens vanuit diens inherente visuele taal, qua structuur en vorm,  onstnappingsmomenten te creëren.

Het paviljoen oogt als een monoliet blok in het landschap. Het donkere lijnenspel op de oppervlakte van de kubus wordt intenser, naarmate je de kubus nadert en er om heen loopt. Aan de voorzijde is een modern stratenplan herkenbaar. Uit de muur steken horizontaal architectonische vormen, in aardse kleuren, van glas geblazen. Je kijkt naar een skyline die letterlijk op zijn kant is geplaatst.

De ‘ontsnapping’ volgt wanneer men het paviljoen betreedt. Via de ingang, waar je via een gedicht gevraagd wordt je schoenen uit te doen, en tas en jas achter te laten, krult een smalle gang naar binnen. De muren van het gangetje zijn van textiel, zo strak gespannen dat je deze wel aan móet raken om naar binnen te komen. De vloer is bedekt met (nep-)schapenvel.

De doorgang is zo smal, opdat de toeschouwer zich naar binnen moet wringen. De textielen muren veren mee en terug. Hij/zij volgt het pad van compressie en expansie tot de binnenruimte. De krulling van de textielen wanden voorkomen dat de blokvorm van binnenuit ook als blok ervaren wordt. Binnen gaat de aandacht naar de muur waar de skyline op bevestigd is. De toeschouwer wordt daar uitgenodigd in de glazen uitstulpsels te kijken. Elk gebouw  is aan de voet open, waardoor nu ín het glas gekeken kan worden.  Het licht van buiten bepaald de intensiviteit van de kleur die men ervaart. Uiteraard is de kleur van het glas daartoe ook bepalend. Geblazen in een mal zijn de glazen vormen van buitenaf gevormd en herkenbaar als gebouw, maar van binnenuit verliest de vorm zijn ratio en biedt de ruimte weg te dromen; organische tunnels ontvouwen zich aan de kijker.

In dit project hebben we de ratio willen verruilen voor het irrationele. Het verstand voor het gevoel, het bepaalde, het herkenbare, voor het onbepaalde, de droom. Letterlijk, door met je lichaam de ruimte te voelen, de muren, de vloer, maar ook geestelijk, door je te verplaatsen in de ‘tunnels’ die de holle glazen vormen je bieden. De buitenkant van het paviljoen toont daarom een scherp contrast met hoe deze van binnen wordt ervaren. De binnenruimte refereert aan het binnenste van het menselijk lichaam, de ruimte van een baarmoeder, de tunnels van aderen. In de hermitage is de ervaring van de stad als organisme waarneembaar. De ruimte verlatend wellicht als kleine renaissance. Refererend aan ons eigen lichaam wordt de toeschouwer een nieuw perspectief geboden op zijn conventionele waardering of afgunst op een verstedelijkt landschap.